Er komt visite eten. Hartstikke gezellig natuurlijk. Totdat je jezelf de vraag stelt: wat ga ik in vredesnaam koken?

Ik begin altijd vol goede moed. “Ik doe wel iets leuks.” Iets leuks blijkt vervolgens een vaag begrip waar Google ook weinig mee kan. Pasta? Heb ik al eens gedaan. Stamppot? Te gewoon. Iets met bladerdeeg? Klinkt meteen alsof ik mezelf veel te veel werk bezorg.

Dus ik ga scrollen. Recepten, foto’s, nog meer recepten. Alles ziet er óf uit alsof het in een restaurant thuishoort, óf alsof het zo simpel is dat je bang bent dat mensen denken: is dit het nou?

Dan komt het volgende probleem: wat vinden ze eigenlijk lekker? Eet iemand geen vis? Lust iemand geen kaas? Is er iemand die ineens “geen fan van koriander” blijkt te zijn? Dat soort dingen hoor je natuurlijk pas als je nét boodschappen hebt gedaan.

Op een gegeven moment denk ik: ik maak gewoon wat ík lekker vind. Dat voelt stoer en besluitvaardig. Tot het moment dat ze bijna voor de deur staan en ik me ineens afvraag of het niet te zout, te pittig of juist te saai is.

Maar goed, uiteindelijk zit iedereen gewoon aan tafel. Er wordt gegeten, er wordt gekletst, en meestal is het gewoon gezellig. En niemand die zegt: “Goh, dit had echt spannender gekund.”

En dan denk ik achteraf: waar maakte ik me eigenlijk druk om?
Tot de volgende keer dat er weer visite komt…

Elien

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *